Sinds 100 jaar draagt onze sector bij aan de stabiliteit van de strategische energievoorziening van België en is hij klaar om de nieuwe uitdagingen van deze eeuw het hoofd te bieden

De raffinage- en brandstoffenindustrie, evenals de productie van grondstoffen, is van strategisch belang voor ons land en vormt de basis van onze energiezekerheid, onze defensie en onze economische veerkracht.

Dat is de boodschap die wij in de verf willen zetten tijdens de viering van het honderdjarig bestaan van onze federatie dit jaar: al 100 jaar zorgt onze sector voor een stabiele energievoorziening van België, ook tijdens periodes van zware geopolitieke verstoringen[1].

Onze sector dekt ongeveer 50% van de finale energievraag in België. Burgers en bedrijven die afhankelijk zijn van onze brandstoffen en producten hebben altijd kunnen rekenen op een overvloedige, betrouwbare en toenemende gedecarboneerde energievoorziening.

In het scenario van klimaatneutraliteit tegen 2050 zal het aandeel van vloeibare brandstoffen naar verwachting afnemen (door de elektrificatie), maar zij zullen een belangrijke bijdrage blijven leveren aan de finale energievraag dankzij steeds verder koolstofarme brandstoffen, zoals geavanceerde biobrandstoffen en synthetische brandstoffen. Onze sector blijft daarom strategisch voor de energievoorziening van België en voor zijn veerkracht tegenover de nieuwe uitdagingen van deze eeuw.

De oorlog in het Midden-Oosten en, daarvoor, in Oekraïne zijn de meest recente voorbeelden van mondiale geopolitieke crisissen waarbij ons land geen brandstoffentekorten heeft gekend, dankzij de grote productiecapaciteit en flexibiliteit van zijn raffinaderijen en hun ligging in het hart van Europa’s belangrijkste hub voor aardolieproducten.

De toekomst van de Europese energietransitie zal niet worden gerealiseerd door intentieverklaringen, maar door beleidsmaatregelen die aansluiten bij de industriële realiteit. De raffinage-industrie en de steeds verder koolstofarme vloeibare-energiesector blijven essentieel voor de Europese economie. Zij zullen een centrale rol blijven spelen in sectoren waar elektrificatie niet de beste optie is, zoals de luchtvaart, de scheepvaart en het zware en langeafstandsvrachtvervoer, of waar elektrificatie helemaal geen optie is, zoals voor de bevoorrading van essentiële grondstoffen voor industriële sectoren zoals de petrochemie, de bouw en de landbouw.

De transformatie vereist een beslissende koerswijziging van het beleid op alle niveaus: Europees, federaal en regionaal. Vandaag worden investeringen onder meer afgeremd door grote rechtsonzekerheid en door versnipperde en steeds complexere regelgeving. Zonder een stabiel en voorspelbaar kader zullen investeringen zich blijven verplaatsen naar regio’s die gunstigere voorwaarden bieden. Dit verzwakt de Belgische en Europese industriële basis en brengt de klimaatambities in gevaar.

Wat ons land nodig heeft om het investeringsklimaat opnieuw aan te zwengelen, is een coherent en op lange termijn voorspelbaar regelgevend kader, evenals een aantrekkelijk in plaats van ontmoedigend beleidskader.

“De energietransitie van Europa kan alleen slagen als zij blijft steunen op een sterke industrie, economisch realisme en een grotere strategische autonomie.”

Bertrand Gyselynck
Secretaris-generaal

 

[1] Bijvoorbeeld recentelijk de oorlog in Oekraïne, de COVID-periode en de oorlog in Iran