Achtergrondinformatie

Informatie over de maximumprijzen en hun samenstelling.

Aanpassing maximumprijzen vanaf 1 januari 2022

Op 1 januari 2022 vindt een aanpassing plaats van de maximumprijzen van de brandstoffen in het kader van het Nationaal Energie- en Klimaat Plan ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen in transportbrandstoffen voor het wegverkeer. De bijmengingsplicht van duurzame biobrandstoffen bedraagt vanaf 1 januari 10,2 % van de energiewaarde voor diesel en benzine (in 2021 was dit 9,55%).

De wijzigingen van de maximumprijzen van de aardolieproducten zijn het gevolg van de publicatie van het koninklijk besluit van 23 december 2021 in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2021, tot wijziging van de artikelen 3 en 4 van het koninklijk besluit van 4 mei 2018 tot vastlegging van de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes brandstoffen voor het transport, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten, dat aanleiding geeft tot de inwerkingtreding van addendum XIX van 17 december 2021 (d.i. aanpassing van de Technische Bijlage aan de Programma-Overeenkomst betreffende de regeling van de maximumverkoopprijzen van petroleumproducten).

De bijmengingsverplichting van duurzame biobrandstoffen past in het kader van de verdere omzetting van de Europese Richtlijn Renewable Energy Directive (RED)[1] ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen in transportbrandstoffen voor het wegverkeer.

Voor de off road brandstoffen (niet op de weg) verandert er niets. 

 

[1] Richtlijn 2009/28/EG van 23 april 2009

Producten binnen de maximumprijzen

De maximumprijzen van petroleumproducten worden in België door het departement Energie van Federale Overheidsdienst Economie berekend volgens de programma-overeenkomst (zie thema).  Er worden maximumprijzen berekend voor de volgende producten:
•    benzines
•    gasolie diesel bestemd voor wegvervoer en niet-wegvervoer
•    gasolie huisbrand in bulk en aan de pomp
•    zeer zware stookolie 1% S
•    propaan in bulk
•    lamppetroleum in bulk en aan de pomp
•    autogas in bulk en aan de pomp

De maximumprijzen begrijpen

De maximumprijs bestaat uit verschillende elementen:

1.    Prijs ex-raffinaderij
De 'prijs ex-raffinaderij’ – ook ‘kostprijs van het petroleumproduct’ genoemd – is gebonden aan de internationale noteringen van de afgewerkte producten op de markt van Rotterdam (Brent notering).  Deze prijs wordt ook beïnvloed door de waarde van de dollar t.o.v. de euro. De noteringen op de markt van Rotterdam worden o.a. beïnvloed door de prijs van ruwe aardolie op de internationale markten die afhankelijk is van een reeks factoren:

  • het marktmechanisme van vraag en aanbod van de afgewerkte producten (ook seizoensgebonden)
  • de beschikbaarheid van de aardolieproducten en overeenkomsten door olieproducerende landen m.b.t. stijging of daling van het aanbod (bv productieafspraken, productieplafond)
  • de macro-economische situatie in de wereld die de vraag beïnvloedt
  • geopolitieke omstandigheden in gebieden met olie-exporterende landen
  • valutabewegingen tussen de dollar en de euro

Met de prijzen op de markt van Rotterdam bedoelt men de zogenaamde ‘Argus’ noteringen van deze producten: het zijn deze noteringen die gebruikt worden om de maximumprijs te berekenen volgens de programma-overeenkomst.  Argus is een informatiecentrum voor energieprijzen dat dagelijks de noteringen van de afgewerkte producten op de wereldmarkt publiceert.

 
 

2. De maximale bruto distributiemarge
De maximale brutomarge dekt alle distributiekosten om het product vanaf de raffinaderij tot bij de eindverbruiker te brengen, inclusief de eventuele commerciële kortingen die toegestaan worden. Deze kosten omvatten o.a:

  • het transport van de raffinaderij tot aan de opslagplaats
  • de opslag
  • het transport naar de tankstations
  • de verdeling in de tankstations
  • de verdeling van huisbrandolie aan klanten
  • de marketing- en promotiekosten

De programma-overeenkomst legt per product een maximale bruto distributiemarge vast, in absolute waarde (eurocent per liter). Concreet wil dit zeggen dat deze distributiemarge niet wijzigt wanneer de 'prijs ex-raffinaderij' wijzigt. Deze distributiemarge wordt elk jaar op 1 april en 1 oktober geïndexeerd volgens een formule bepaald in de programma-overeenkomst.
 
3. De APETRA bijdrage
Apetra (Petroleum Agentschap) beheert de strategische aardolievoorraden van België en moet daartoe een minimumvoorraad aardolie en aardolieproducten aanhouden om te voldoen aan de internationaal opgelegde voorraadverplichting. De Apetra bijdrage wordt in absolute waarde in de maximumprijsstructuur vastgelegd.

 4. Belastingen
a) Accijnzen
Het accijnsbedrag wordt per product vastgelegd door de federale overheid, en dit in absolute waarde (eurocent per liter).  Concreet wil dit zeggen dat het accijnsbedrag niet wijzigt wanneer de 'prijs ex-raffinaderij' wijzigt. Accijnzen vertegenwoordigen een belangrijk deel van de totale maximumprijs, met in het bijzonder deze van benzine en diesel. Bijvoorbeeld, op 16 april 2019 is het accijnsaandeel van zowel benzine 95 E10 als diesel goed voor ongeveer 39 % van de maximum prijs. Met de BTW hierop vertegenwoordigt dit een totaal van 48% van de maximumprijs.

b) BTW
21 % op het totaal van de voorgaande elementen en dus ook op de accijnzen.

Ga naar Maximumprijzen brandstoffen in België: klik hier

De programma-overeenkomst

De programma-overeenkomst bepaalt de maximumprijzen
België kent een systeem van maximumprijzen voor brandstoffen dat door een programma-overeenkomst (PO) tussen de Federale overheid en de federatie ENERGIA (voorheen 'Belgische Petroleum Federatie') voor de sector is bepaald. De PO legt de methode vast voor de berekening van de maximumprijzen van de petroleumproducten, kortom een plafondprijs, terwijl de prijs aan de pomp uiteindelijk bepaald wordt door de concurrentie op de markt tussen de diverse operatoren. Het is binnen de PO niet toegelaten om brandstoffen te verkopen aan een prijs die hoger is dan de vastgestelde maximumprijs.

De eerste programma-overeenkomst werd in 1974 gesloten tussen de Belgische Staat en de Belgische Petroleum Federatie omwille van de oliecrisis van 1973-1974. Voor die tijd gold een systeem van prijscontrole: prijsaanpassingen waren enkel mogelijk mits voorafgaandelijke aanvraag aan de overheid tot toelating van prijswijziging. Een dergelijk systeem van prijscontrole is onvoldoende flexibel om de snelle evoluties op de petroleummarkt enerzijds en van de deviezenkoers (dollar) anderzijds te weerspiegelen. Een te trage aanpassing van de prijzen van petroleumproducten veroorzaakte destijds chaos en leidde tot een bevoorradingstekort in het land. Het invoeren van de PO is een alternatief voor het trouwens nog bestaande systeem van prijscontrole. Mocht de PO in het gedrang komen dan zou opnieuw het systeem van prijscontrole gelden met een impact op de bevoorrading.

Berekening van de maximumprijzen
De programma-overeenkomst werd dus in het leven geroepen om de volatiliteit van de olieprijzen op de internationale markten en van de wisselkoersen in rekening te brengen. De schommelingen van de prijs van petroleumproducten op de internationale markt worden op een betrouwbare manier automatisch weerspiegeld in de maximumprijs. De Federale Overheidsdienst Economie berekent iedere werkdag een maximumprijs. Deze berekening gebeurt op basis van de noteringen van de afgewerkte producten op de internationale markten en van de wisselkoers van de Amerikaanse dollar t.o.v. de euro. De maximumprijsberekening wordt getoetst aan een drempelwaarde die dagelijks wordt aangepast. Indien de berekende maximumprijs uitkomt op een resultaat dat de vooropgestelde drempel bereikt of overschrijdt, dan wordt de maximumprijs automatisch aangepast met ingang van de volgende dag. De aanpassing van de maximumprijs komt automatisch tot stand en wordt kenbaar gemaakt door de FOD Economie en wordt ook aangekondigd op de website van ENERGIA.