Beslissing Vlaamse Regering voor bijpascontracten een belangrijke hefboom om te investeren in duurzame technologieën

Begin van dit jaar benadrukte Minister-President Matthias Diependaele de wil van de Vlaamse regering om “strategische keuzes voor de toekomst te maken”. Energia is verheugd dat de daad bij het woord wordt gevoegd met de recente beslissing van Vlaanderen om vanaf 2028 duurzame investeringen in de industrie te ondersteunen waarbij 2 miljard euro wordt vrijgemaakt via bijpascontracten of “Contracts for Difference”. 

Wim De Wulf, Secretaris-generaal Energia: “De overheid heeft de alarmerende signalen van de Vlaamse industrie gehoord en lanceert nu een noodzakelijk ondersteuningsprogramma om de energie-intensieve industrie hier te verankeren. In een sterke internationaal competitieve markt met buurlanden die financieel heel sterk staan, is dit een belangrijke mijlpaal om een level playing field te creëren en de nodige zuurstof te geven voor vitale duurzame investeringsprojecten. Als lid van het overlegorgaan van het programma ‘Klimaatsprong voor de Industrie’ van de Vlaamse regering pleit onze sector al lang voor bijpascontracten om investeringszekerheid te bieden om zware investeringen van de ondernemingen te ondersteunen. Dit is een heel belangrijke hefboom om de competitiviteit van onze ondernemingen te beschermen. Het is evenwel essentieel dat dit steunmechanisme bovenop de bestaande competitiviteitsmaatregelen komt.”

Onze sector, die ongeveer 50% van het finale energieverbruik in ons land vertegenwoordigt, speelt een belangrijke rol in de transitie. Vanaf 2029 voorziet de Vlaamse regering 200 miljoen per jaar voor bijpascontracten. Die inspanning loopt 10 jaar. Het nieuw ondersteuningsmechanisme kan helpen om te investeren in de nodige basisinfrastructuur voor duurzame technologieën (bv versterking van het elektriciteitsnetwerk, CO2 afvang en gebruik (CCS en CCU), productie van biomassa, koolstofarme waterstof en chemische recyclage). 

De bijpascontracten zijn essentieel om een gunstig investeringsklimaat te creëren. Echter om de concurrentiële handicap met andere landen in te halen, is een structureel lange termijn industrieel beleid nodig en zullen bijkomende beleidsinitiatieven nodig zijn om de hoge energie- en klimaatkosten en de over-reglementering concreet aan te pakken naast de klassieke loonhandicap t.o.v. de omringende landen. Technologieneutraliteit blijft ook een essentiële prioriteit om alle duurzame technologieën een kans te geven.